The Medusa Chronicles, door Stephen Baxter en Alastair Reynolds

The Medusa Chronicles is een geautoriseerd, direct vervolg op het korte verhaal ‘A meeting with Medusa’, door Arthur C. Clarke.

Een paar dingen hierover. Ten eerste: ik ben dol op korte scifi van veertig jaar (en langer) geleden omdat het prima verhalen zijn om op de fiets naar te luisteren. Er is inmiddels een flinke berg scifi waarvan het auteursrecht is verlopen en Librivox biedt deze werken gratis aan. Vrijwilligers lezen ze voor. De kwaliteit verschilt per verhaal maar als je vindt dat jij het beter kan, dan verwelkomen ze alle bijdragen. (Het primaire doel is het werk te ontsluiten.)

Ten tweede: ik ben dol op de werken van Sir Arthur C. Clarke. Hij kijkt verder dan zijn neus lang is en waar hij op uitkomt, lijkt misschien in eerste instantie vergezocht maar vaak demonstreert hij dat zijn ideeën direct voortkomen uit principes waar we nu al mee werken: als je een brug van 200 meter maakt met pijlers op de bodem van de zee, kan je er ook een van 2000 kilometer maken. Als je een emmer water aan je arm snel genoeg rondslingert, blijft het water in de emmer – hetzelfde principe geldt voor een ruimtestation aan eind van een kabel: het ding blijft stationair omdat het steeds probeert zo ver mogelijk van de bron van de rotatie vandaan te komen. Dit is trouwens een serieus idee van Clarke en en er zijn concrete plannen voor een dergelijke lift.
Medusa
Clarke kan een natuurkundig fenomeen pakken waar iedereen bekend mee, de schaal vergroten en dan zeggen: hier is niks bijzonders aan, alleen de schaal is anders.

Bovendien vervalt hij niet in eindeloos persoonlijk drama, zoals bijvoorbeeld de meer recente werken van Stephen Baxter (Flood, Ark) – daarom vond ik het erg bijzonder dat juist Baxter een van de auteurs van The Medusa Chronicles is.

Ten derde: ik ben dol op het werk van Alastair Reynolds (hij heeft grote ideeën en pakt niet zelden het complete universum en alle tijd mee in zijn verhalen) en in zekere mate dat van Stephen Baxter. Ik vermeldde al even dat het nieuwere werk van Baxter erg (té, naar mijn smaak) vol zit met drama. Dat zal ongetwijfeld een groot publiek aanspreken, zéker in combinatie met zijn nabijetoekomstscifi, maar ik ben er geen fan van. Desalniettemin is Baxter een (ook door mij) gerespecteerd science-fictionschrijver.

Al met al is The Medusa Chronicles dus een boek dat mij op verschillende punten zeer aansprak, nog vóórdat ik er ooit één letter van had gelezen.

De vorm van het verhaal was als een blended whisky waarvan je te lage verwachtingen had omdat de individuele single malts te goed lijken om goed samen te gaan: je zou verwachten dat Baxter te veel drama in het verhaal zou stoppen, dat Reynolds er een te grote slinger aan zou geven en dat het basisverhaal (A meeting with Medusa, het korte scifiverhaal) te eendimensionaal zou blijken.

Totdat je eraan begint. Dan blijkt dat de twee hedendaagse schrijvers hun vak uitmuntend beheersen en dat de oude meester genoeg ruimte voor complexiteit heeft meegegeven aan de basis. Het verhaal verloopt redelijk in de stijl van Clarke: weinig drama; grote projecten die desalniettemin zeker niet onmogelijk of zijn, ja, zelfs waarschijnlijk; en om het geheel af te maken wordt af en toe het verhaal onderbroken met een flashback naar de jaren 1960 waarin een alternatieve geschiedenis van de ruimtevaart wordt geschetst, die toch zeer authentiek aandoet. Hoewel er alleen tekst in het boek staat, zie je deze stukken automatisch in zwart-wit. Mannen met stofjassen en stropdassen, een sigaret in hun mond, achter grote controlepanelen. Dat werk.
Inhoudelijk sluit het verhaal aan op de korte basis. Het kabbelt ook even zo verder, maar al snel worden kleine stroomversnellingen merkbaar en aan het eind, hoewel de schrijvers nooit uit hun rol van oude-verhalenverteller vallen, heb je tóch het idee een boek van Reynolds of Baxter te hebben gelezen. Maar dan van Clarke. Het is alsof Clarke er echt zelf aan heeft meegewerkt; alsof hij het vertelt. Zijn vorm, zijn stijl. Maar met een Baxter-Reynoldstwist.

Er zitten subtiele en minder subtiele verwijzingen in naar oude scifiverhalen en -schrijvers. Niet te veel, niet te weinig. Te veel zou gemaakt aandoen; te weinig zou lang zo leuk niet zijn. Maar precies genoeg, en ook daarin is te zien dat deze mannen hun vak verstaan.

Je merkt het: ik ben behoorlijk lyrisch over The Medusa Chronicles. Ik hoop dat ik je verwachtingen niet té zeer heb verhoogd zodat het tegenvalt als je het niet perfect vindt. Lees in dat geval even de reviews met weinig sterren bij Goodreads. Er zijn ook mensen die dit boek waardeloos vinden. Dat is dan voornamelijk om de inhoud.

Inhoudelijk is het verhaal gewoon in orde. Ik zal er niet te veel over zeggen; daarvoor moet je het zelf maar lezen. Belangrijk om te weten is dat het keiharde scifi is: de ideeën zijn niet onmogelijk, niet onwaarschijnlijk maar zelfs plausibel. Veel van de ideeën toch in ieder geval – sommige andere zijn slechts niet onmogelijk. Maar ook dat kenmerkt, vind ik, de hand van de meester.

Het heeft een kop, een romp en een staart. De vorm is fantastisch. De inhoud zeer goed. Je hoeft overigens het basisverhaal niet gelezen te hebben om dit boek te kunnen volgen maar het is wel leuk om het te doen.

Futuristic violence and fancy suits, door David Wong

fuvifasuFuturistic violence and fancy suits is het soort titel waarvan de schrijver zegt dat hij lekker duidelijk is, omdat je precies weet wat je kan verwachten. En dat klopt ook. Denk Pulp Fiction gemarineerd in technologie. Bij het lezen heb ik geregeld hardop moeten lachen.

De 22-jarige Zoey groeit op in een trailer park met haar moeder. Op een dag erft ze het fortuin van haar vader, Arthur Livingston. Arthurs levenswerk wat het bouwen van een stad in de woestijn, een stad zonder regels waarin iedereen kon doen en laten wat hij wou; een libertaristisch paradijs genaamd Tabula Ra$a. Politie komt er niet en er geldt het recht van de rijkste.

De personages (hoewel sterk aangezet) worden realistisch neergezet en het is niet moeilijk om je voor te stellen wie de hoofdrollen in de onontkoombare verfilming zullen spelen. De zwarte humor, exorbitante verspilling en afgehakte ledematen vliegen je om de oren. De schrijfstijl is voor 95 procent een camera-invalshoek, d.w.z. je krijgt een beschrijving van wat je ziet en wat men zegt maar er is geen alwetende verteller; je krijgt bijna niet te weten wat iemand denkt. De achtergrond van de personages worden met flashbacks toegelicht maar deze komen op het juiste moment en storen het verhaal niet. Een verfilming kan niet uitblijven en dat is maar goed ook.

fuvifasu2In deze nabije toekomst is er een netwerk genaamd Blink waarin iedereen continue alles publiekelijk kan streamen wat hij meemaakt – de schrijver geeft hier een interessant kijkje in wat er kan gebeuren als alles publiek wordt en publieke opinie een steeds primairder motivatie wordt.

De achterkant van het boek is trouwens net zoals de titel een prima samenvatting van de stijl ervan. Gezien de inhoud denk ik ook niet dat het toeval is dat het verhaal 69 hoofdstukken heeft.

Bindend advies: lezen!

The Ascendant Stars (Humanity’s Fire 3), door Michael Cobley

Net als de vorige twee delen is dit fantasy vermomd als scifi. Op zich een leuk idee: het is space opera, een genre normaalgesproken gereserveerd voor science fiction en geproduceerd door grote namen. Het is een goeie les: let er altijd op dat er ‘science fiction’ op de kaft staat, anders kan je rustig vergeten dat dat het is. Wat dat betreft, past het goed in de verderfelijke gewoonte van boekhandels om scifi en fantasy als één genre te behandelen.

Wat een worsteling om door te komen: eindeloze overpeinzingen en beschrijvingen van landschappen en geschiedenissen van rassen die allang zijn uitgestorven en voor het verhaal totaal irrelevant zijn. Het resultaat is een verhaal met heel veel perspectief maar bijna geen breedte. Het is alsof je de schrijver op de grond ziet zitten en ruimtescheepjes tegen elkaar aan ziet slaan terwijl hij “Pieuw! Knal!” roept.

ascendentstarsEr zitten leuke scènes tussen. Zo verkent Cobley ‘the Glow’, een soort geëvolueerd internet, die door de mensen op Aarde als entertainment wordt gebruikt. Zijn politieke spelletjes zijn aardig, alsmede zijn blik op de mogelijke toekomst van AI. Deze scènes zouden prima korte verhalen zijn. Het is jammer dat de schrijver te vaak komt met dingen die van toevalligheden aan elkaar hangen, karakters die tóch niet dood blijken ook al leek dat eerder wel zo, … Van het soort ‘net toen iedereen op het punt stond om te verliezen, kwam er een tovenaar en die zwaaide met zijn stafje en toen leefde iedereen nog lang en gelukkig. Tot er… een boze trol kwam! Maar de tovenaar hield ook hem tegen.’

De goeien worden ineens slechteriken en de slechteriken opeens goed. Niet één karakter maar complete rassen.

De helft van het boek is sfeerverslag, de andere helft ruimtescheepjes tegen elkaar slaan. Geen nieuwe inzichten, geen grote ideeën, slaapverwekkend en zonde van je tijd.