Linesman, door S.K. Dunstall

linesmanEen politieke thriller tegen fantasy-achtergrond met een scifi-smaak.

Ruimteschepen hebben ‘lijnen’ nodig om van de ene plek in de ruimte naar de andere te kunnen springen, wat ze effectief sneller dan het licht laat reizen. Deze lijnen worden geproduceerd in vat met chemicaliën in fabrieken. Dit gebeurt al honderden jaren. Desondanks heeft geen mens een idee hoe ze werken.

Speciale ‘lijnmannen’ werken met de lijnen. Ze herstellen ze maar dat werkt voornamelijk op basis van intuïtie en een soort meditatie. Er zijn tien lijnen, allemaal met hun eigen functie (behalve zeven en acht, daarvan is de functie onbekend). Lijnman kan je alleen worden als je er aanleg voor hebt en van jongs af aan getraind wordt. De hoofdpersoon, Ean Lambert, komt uit een sloppenwijk en heeft wel enorme aanleg maar te weinig formele training. In plaats van zuiver mentaal werkt hij met de lijnen op basis van zang. Hierom wordt hij door zijn collega’s met de nek aangekeken.

Ergens in de ruimte is een ruimteschip (of een -station? of een random plaats?) gevonden dat lijnmannen aantrekt. Ean mag niet van zijn werkgever en blijft dus als enige over. Als hij door een prinses en haar grote ruimteschip wordt gekocht, blijkt dat zijn methode hem bijzondere kwaliteiten geeft.

Dit alles speelt in een omgeving van politieke intriges, verraad, allianties, enzovoorts. Het hele boek zit stampvol strategie met betrekking tot personen, gildes en politieke en militaire organen.

Alles leuk en aardig maar waarom de schrijvers van dit boek zo’n onzinnig pseudotechnisch uitgangspunt hebben gekozen, is mij een raadsel. Het boek gaat vrijwel niet in op de aard, de werking en het doel van de lijnen en de hele idee doet erg aan als een zwaktebod.

Als je van politieke thrillers houdt en niet vies bent van fantasy vermomd als scifi dan is dit een prima boek. Het is redelijk spannend, redelijk goed geschreven en het geeft de opmaat tot een hele serie vervolgen. Maar ik had graag een duidelijker technische onderbouwing gezien in plaats van deze ‘handwavium’: “We weten dat het werkt, maar niet hoe.”

Ancillary Justice (Imperial Radch, #1), door Ann Leckie

Ancillary JusticeEen ancillary is een menselijk lichaam aangestuurd door de kunstmatige intelligentie die een ruimteschip bestuurt. Een schip gebruikt ancillary’s in plaats van bemanning en eventueel soldaten. De reden hiervoor is dat ancillary’s niet in opstand komen (ze zijn immers instrumenten van het schip) en niet betaald hoeven te worden.

Een interessant uitgangspunt.

Ancillary’s zijn (net als het schip) zelfbewust: ze kunnen zelfstandig te werk gaan als de communicatie weg zou vallen. Meestal zijn ze zich echter bewust van alles waar het schip zich van bewust is, zoals je linkerhand weet wat je rechterhand doet. Leckie heeft goed nagedacht over de manier waarop ze dit kan verwoorden. Dit lukt mijns inziens prima.

Ancillary Justice is prima geschreven en heeft terecht allerlei prijzen gewonnen: Hugo; Nebula; Locus; Clarke; BSFA; en was genomineerd voor een aantal andere prijzen.

De twee door elkaar lopende verhaallijnen dansen kunstig om elkaar heen en technisch is er niks op aan te merken.

In Ancillary Justice komen diverse talen voor. De taal van het hoofdkarakter (het schip Justice of Toren) is Radch en het Radch maakt geen onderscheid tussen mannelijk en vrouwelijk voor voornaamwoorden. De schrijfster gebruikt daarom bij de weergave van deze taaltijd het voornaamwoord ‘she’, en alleen ‘he’ als het gaat om sprekers van een taal waarin dat onderscheid wel bestaat. Justice of Toren vergist zich constant tussen de seksen en in haar innerlijke dialoog gebruikt ze altijd de vrouwelijke vorm (hoewel die dus eigenlijk genderneutraal is omdat haar innerlijke dialoog in Radch is).

Mijn probleem met dit verhaal is dat hoewel het uitgangspunt absoluut onder scifi valt en het plot niet zonder dit uitgangspunt kan, het verhaal zelf uiteindelijk over politiek gaat. Macht en manipulatie. De schrijfster besteedt jammergenoeg weinig aandacht aan de onderliggende technologieën en de evolutie ervan. Je zou dit verhaal kunnen vertellen in een complete non-sciencefictionsetting met slechts kleine aanpassingen.

Desalniettemin: de schrijfstijl maakt veel goed en het boek zit erg goed in elkaar. Ik heb me er niet mee verveeld. Het is voornamelijk een kwestie van smaak, vrees ik. Ik twijfel nog of ik de volgende delen ook zal lezen.

Op haar site meldt Leckie dat er opties zijn op een film of tv-serie en ik denk dat het verhaal zich daar prima voor leent. In het ergste geval wordt het zoiets als Stargate: soap met militairen in de toekomst. Ik kan niet wachten om er niet naar te hoeven kijken. Leckie heeft wel als harde voorwaarde opgegeven dat een verfilming niet mag worden gewhitewasht en dat vrouwelijke karakters niet door mannelijke mogen worden vervangen. Een goed en nodig standpunt maar het verhaal verandert er niks mee.

Een zeer goeie vorm met helaas een niet zo fantasierijk verhaal.

Advies: lezen voordat de tv-serie het helemáál verziekt.