A closed and common orbit (Wayfarers 2), door Becky Chambers

Deel 2 van de Wayfarers-serie maar heel goed los te lezen van deel 1. Wie deel 1 (The long way to a small and angry planet) fijn vond om te lezen, komt met deel 2 in een warm bad.

Dit is het verhaal van twee vrouwen die zoeken naar wie ze zijn: de AI Sidra en de kloon Jane 23. De een is een machine in een menselijke vorm en de ander een mens die wordt ingezet als machine. Het boek gaat in op de rechten, wensen en on-/mogelijkheden van AI’s en andere rassen dan menselijke. De verschillende biologische rassen lijken verschillende types mensen te symboliseren maar Chambers loopt daar niet mee te koop.

Dit is echte feel-good scifi: geweld en conflict worden tot het absolute minimum beperkt en de nadruk ligt op samenwerking, begrip, acceptatie en vriendschap. In dat opzicht lijkt het sterk op de Gentle Giants-serie, door James P. Hogan, hoewel Hogan een heel andere aanvliegroute had: hij probeerde aan te tonen dat je geen conflicterende karakters nodig had voor goeie drama terwijl Chambers de nadruk legt op acceptatie en inclusie van verschillen. Ik kan alletwee waarderen: in beide gevallen gaat het vooral om filosofie en (exo)sociologie en minder om actie. Als ik actie wil lezen dan pak ik wel een boek van Ian Fleming. Persoonlijk hou ik van een sterk theoretische beschouwing, verpakt in fictie.

Chambers’ schrijfstijl is overigens dik in orde. Een pakkend verhaal dat blijft boeien; verhaallijnen die uiteindelijk bij elkaar komen; dynamische karakters.

Wat mij betreft prima scifi, een toevoeging aan het genre en ik hoop snel meer te lezen van Becky Chambers!

Advies: lezen als je houdt van vriendelijke lectuur over AI.

Revenger, door Alastair Reynolds

Reynolds staat bij mij te boek als een zeer vakkundig schrijver, een ambachtsman. Zijn boeken zitten technisch heel goed in elkaar: de spanningsboog houdt je geïnteresseerd; de karakters waar je op let zijn dynamisch en zelfs de bijrollen zijn vaak meer dan achtergrond alleen; de scifi-‘attributen’ zijn orde (het neigt niet naar fantasy); enz. Ook zijn verhalen snijden vaak hout en zijn niet zomaar verhalen om het scifi-decor een reden te geven.

Ook Revenger zit goed in elkaar maar ik mis de grote ideeën. Het verhaal speelt in de verre, verre toekomst: de ‘dertiende beschaving’. De mensheid is verdeeld over vijftig miljoen natuurlijke en kunstmatige werelden en satellieten en moddert rustig voort.

Adrana Ness woont met haar vader en zusje Arafura op een planeet waar de economie nogal ingesukkeld is en om haar vader financieel te helpen, maar vooral om het avontuur, monstert ze met haar zus aan op het schip van kapitein Rackmore. Net als vele anderen verdient Rackmore zijn geld door afgesloten werelden van voorgaande beschavingen af te zoeken naar schatten.

Het geheel heeft een nautisch thema. Er wordt gesproken in een soort piratentaaltje, geschoten met harpoenen en de schepen hebben de vorm van vissen. De schepen hebben ramjetaandrijving: zonnezeilen.

Allemaal leuk en aardig, Reynolds, maar dit is een zeeroversverhaal en een boek voor jongvolwassenen. Weliswaar heel goed uitgevoerd, spannend en ook voor de scifi-liefhebber echt een aanrader maar het verhaal drijft (haha) op het zeebonkengevoel. Het is daarmee een curiositeit, en een schrijver als Alastair Reynolds kan zich dat veroorloven omdat hij de kunst beheerst.

Advies: “lezen, tenzij”.

The thing itself, door Adam Roberts

thethingitselfWe leven in interessante tijden: de technologie schrijdt voort en het kan niet lang meer duren voordat we echte kunstmatige intelligentie hebben. Deze en andere ontwikkelingen maken het mogelijk om oude filosofische ideeën te bevestigen of juist ontkrachten. Immanuel Kant stelde dat mensen de werkelijkheid uitsluitend kunnen waarnemen via hun zintuigen en nooit direct. Wat wij kunnen waarnemen is daarom een product van onze waarneming en nooit de werkelijkheid zélf (“das Ding an sich”). Tot nog toe hebben we uitsluitend ons menselijk bewustzijn om de werkelijkheid te ervaren…

The thing itself is een bijzonder boeiend boek omdat het een spannend verhaal koppelt aan ideeën die weliswaar bizar zijn maar toch schreeuwen om antwoorden die misschien binnenkort gegeven kunnen worden. De personages komen redelijk tot leven maar zitten het verhaal niet in de weg – het boek blijft in de eerste plaats science fiction. Het hoofdverhaal wordt hier en daar onderbroken door verhalen uit andere perioden en het geheel wordt netjes afgerond.

De hoofdpersoon is een aan lager wal rakende, aftakelende astrofysicus. Je krijgt een flink deel van zijn levensverhaal mee en ook dat hoort bij het geheel.

Verplichte kost voor iedereen die houdt van filosofie, scifi en niet al te vlakke karakters. Een goed gebalanceerd verhaal.