Empire Games (Empire Games 1), door Charles Stross

Technothriller
De laatste keer dat ik iets van Charles Stross las, noemde hij zich nog Charlie Stross. Zijn nieuwe werk stond al een poos op mijn lijstje omdat ik Singularity Sky en Iron Sunrise zeer goed en vermakelik vond. Empire Games is echter heel iets anders. Zoals veel science-fictionschrijvers kruipt zijn werk dichter en dichter naar onze eigen tijd toe en zonder de component van verschillende tijdlijnen zou zijn werk eerder technothriller (zgn. diamantharde scifi) zijn dan science fiction – of fantasy.

Tijdlijnen
Die tijdlijnen zijn een leuk concept: in lijn met hoe men tegenwoordig denkt over het multiversum, heeft de mens op cruciale momenten in de geschiedenis keuzes gemaakt die het universum heeft doen splitsen in verschillende versies. In elk van die tijdlijnen heeft de mens een (iets) andere geschiedenis doorgemaakt en zit de wereld dus anders in elkaar.

World-walkers
Het is voor gewone mensen met machines mogelijk om van de ene tijdlijn naar de andere te gaan. Alleen de zogenaamde world-walkers kunnen het zonder machines. Vanwege deze unieke gave waren de world-walkers vroeger een volk/familie (‘clan’ noemen ze zichzelf) van handelaren en smokkelaars. Na een grote aanslag door world-walkers worden ze voornamelijk als bedreiging gezien. Lastig genoeg is de enige manier om te spioneren in andere tijdlijnen alleen goed te doen met diezelfde world-walkers.

Fantasy
Een aardig concept dus maar het voelt erg fantasy-achtig aan, ware het niet dat Stross er min of meer plausibele technische verklaringen voor geeft, hoewel die jammergenoeg niet heel uitgebreid worden toegelicht. De nadruk ligt op het politieke vlak en de (contra-)spionage. Dat is op zich goed genoeg en het verhaal zit goed in elkaar, met levende karakters, plottwists en een fijne uitsmijter.

Al met al een prima technothriller waarin Stross laat zien dat hij zich heeft ontwikkeld tot een topschrijver. Heerlijk om te lezen, ook voor liefhebbers van fantasy en mensen die niet al te veel op hebben met scifi én fantasy maar een goeie spionageroman kunnen waarderen.

Lament for the fallen, door Gavin Chait

Een aardig boek met een vernieuwende insteek: ergens in de nabije toekomst (21ste of 22ste eeuw waarschijnlijk) zijn er steden in een baan om de Aarde. Een van de bewoners komt terecht in een Afrikaans dorp. Het verhaal wordt deels verteld vanuit het dorp en deels vanuit de bezoeker.

Hoewel het niet spectaculair goed geschreven is en ook het verhaal niet erg bijzonders is, is de achtergrond wel heel mooi (de world building, zoals dat heet): Chait geeft een boeiend beeld van een mogelijke toekomst waarin je levensstandaard nog veel sterker dan nu wordt bepaald door waar je bent geboren.

Meer menselijke drama dan space opera, een optimistische dystopie.

Achterin het boek staat een playlist met muziek en scènes. De playlist is ook online te vinden. Niet de eerste schrijver die het doet maar het geeft wel een extra dimensie aan het boek!

Advies: lezen, al is het maar voor de verandering.

Dark Intelligence, door Neal Asher

Neal Asher is een goeie science-fictionschrijver. Zijn bladzijdes staan boordevol sf-ideeën die voor de doorgewinterde sf-liefhebber gesneden koek zijn en die hij daarom verder niet uitlegt. Helemaal niet erg want van die uitleg word je soms ook beetje moe.

Dark intelligence speelt in zijn Polity-universe. Om het stand-alone leesbaar te houden, licht hij daar wel het een en ander over toe. Niet tot vervelens toe maar wel genoeg om het verhaal goed te kunnen volgen, en dat lukt ‘m aardig.

Het verhaal zit stampvol actie en leest als een snelle actiefilm, ook door de wisselende perspectieven.

Dit alles zorgt voor een prima boek… Als ook het verhaal in orde was geweest. Begrijp me niet verkeerd: het verhaal is niet slecht. Het is spannend en intelligent maar niet te ingewikkeld. Mijn bezwaar is dat het een dertien-in-een-dozijnverhaal is. Soldaat zoekt wraak. Ja, de uitwerking is fantastisch en de stijl zalig. Maar het verhaal is te eendimensionaal.

Advies: lezen als je van harde scifi houdt en eens een kijkje in de Polity wil nemen.

Lightless, door C.A. Higgings

Het ruimteschip Ananke heeft de opdracht om een geheime technologie te testen voor de politiestaat genaamd System. Twee insluipers worden betrapt als ze proberen de computer te saboteren. Gaandeweg leren we de insluipers, de bemanning en de kunstmatige intelligentie die het schip bestuurt beter kennen en hun motieven begrijpen.

Verschillende verhaallijnen komen in het boek bij elkaar en lijken elkaar soms bijna te beïnvloeden. Er is enige symboliek, soms wat zwarte humor, wat actie maar het verhaal drijft vooral op de spanning en de mogelijke uitkomsten.

Persoonlijk vind ik het sterk en pakkend geschreven, zeker voor een debuutroman. Het is geen space opera gevuld met snelle actie. (Niet dat dat moet, maar als je daarnaar op zoek bent dan is Lightless niet het antwoord.) De karakters en de achtergrond van de maatschappij worden stukje bij beetje verder uitgediept en zetten de lezer aan zelf te beslissen wat goed of slecht is.

Vanwege de kunstmatige intelligentie en de beperkte setting enigszins vergelijkbaar met 2001: A space odyssey maar de focus ligt niet hier niet alleen op de computer; minstens zo belangrijk is verhaal in het verhaal, over System en de mensen die erin opgegroeid zijn.

Interessante maar niet al te geloofwaardige ontwikkeling van de AI maar dat mag de pret niet drukken. Ik vond Lightless een zeer goed boek en een verrijking voor het genre omdat de nadruk niet op de scifi ligt, terwijl deze wel een voorwaarde is – hoewel dat misschien pas in de volgende twee delen van de trilogie tot uitdrukking komt.

Advies: lezen als je van thrillers houdt en niet per se op zoek bent naar space opera.

Use of weapons (Culture 3), door Iain M. Banks

Deel drie van de Culture-serie. We krijgen weer een inkijkje in de maatschappij zoals Banks die voor zich ziet: alles kan, alles mag en alles is goed en wat niet goed is, dat zien we liever niet maar laten we opknappen door figuren zoals Cheradenine Zakalwe.

Use of weapons is een boek waar je je aandacht bij moet houden: er lopen twee verhaallijnen door elkaar heen en de ene loopt van achter naar voor dus het kan verwarrend zijn als je even niet oplet.

Fraaie beschrijvingen van Banks’ visie op de toekomst, zwarte humor en de voor Banks’ kenmerkende lugubere ideeën over de combinatie van vergevorde biotechnologie, zoals een ‘injured party’, waarbij alle gasten een tijdelijke verminking hebben, zoals ogen die uit hun kassen hangen of ontbrekende ledematen. Of een strafsysteem waarbij de gestrafte een ziekte krijgt toegewezen van een ernst die afhankelijk is van de ernst van de misdaad.

Advies: prima boek voor op vakantie en/of als je andere boeken van de Culture-serie ook leuk vond.

If only, door Stephen Vizinczey

De langzame rit naar boven is in de achtbaan nooit het boeiendste gedeelte. Het mechanisme tilt het treintje ratelend naar boven, verder, verder, tot het steeds trager tikt en je vermoedt dat je nu toch wel bijna boven bent.

Bij If only duurde het trage stuk naar boven zó lang dat ik dacht dat dit het tempo van het hele boek was en dat het één lange klaagzang was op het leven van een man die te vaak de verkeerde beslissingen heeft genomen en daar steeds meer spijt van krijgt. Zó lang dat ik het boek weg wou leggen en er niet meer in verder wilde gaan, iets wat ik bijna nooit doe.

Ik weet niet meer precies hoe ik bij If only was gekomen of wie me het had aangeraden maar het stond op mijn scifi-lijst. Ik begon me af te vragen of het daar terecht op stond.

Uiteindelijk kwam het treintje bovenaan tot stilstand en eindigde deel 1.

Deel 2 is beter te verteren, heeft wat meer humor en meer avontuur. Let wel: deel 1 is nodig om 2 te begrijpen en waarderen. Maar vanaf daar begint het eigenlijk. Echte scifi is het niet (eerder fantasy): er is weinig technologie te bekennen en het gaat meer over de impact, de verandering dan over hoe dat precies werkt. Om geen spoilers te schrijven zal ik niets over de inhoud verklappen, maar ik vond de manier waarop Vizinczey het onderwerp benaderde lijken op oude scifi van bijvoorbeeld A.E. van Vogt en Poul Andersons Brain Wave.

Deel 1 had van mij korter gemogen maar de schrijfstijl is toegankelijk dus je leest er vlot doorheen. Het geheel was vermakelijk en bevredigend, met wraak, humor en wat feel-good.

Advies: lezen tussen twee dikke pillen van Asher door of zo.

The book of strange new things, door Michel Faber

Michel Faber is wat je noemt een wereldburger: geboren in Nederland, opgegroeid in Australië, woont tegenwoordig in Schotland. Zoals hij nationaliteit overschrijdt, zijn zijn boeken ook moeilijk te vangen in één genre. Overkoepelende thema’s zijn tegenstellingen, verandering en het fenomeen dat een geschiedenis verschillende verhalen kan hebben. Sowieso boeiende verhalen dus.

In The book of strange new things wordt pastoor Peter Leigh, een man met een verleden, naar de planeet Oasis gestuurd om de lokale bevolking, waarover maar weinig bekend is, het woord te gaan brengen. Zijn vrouw blijft op Aarde achter en ze houden contact door brieven, een soort interplanetair emailsysteem dat alleen tekst toestaat.

Deze roman gaat in op het karakter van de hoofdpersonages tegen een scifi-achtergrond. Voor scifi-liefhebbers is er wel het een en ander te halen maar het boek drijft er niet op – het had net zo goed een historische roman kunnen zijn: man en vrouw gescheiden door een verre reis; hoewel de scifi echt wel wat toevoegt.

Het zal wel aan mij liggen en laat het je er absoluut niet van weerhouden dit boek te lezen, maar de ondertitel die bij het lezen constant door mijn hoofd zweefde, was Don Camillo op de maan.

Grappig en treffend voorbeeld van mijn typering van Fabers genre-overkoepeling: Google Play biedt het boek aan met een andere kaft dan mijn versie.

Advies: lezen: het is goed voor je.

The book of strange new things werd mij aangeraden door @_katrijn en geleend door @EvelineFM, waarvoor mijn dank.

A closed and common orbit (Wayfarers 2), door Becky Chambers

Deel 2 van de Wayfarers-serie maar heel goed los te lezen van deel 1. Wie deel 1 (The long way to a small and angry planet) fijn vond om te lezen, komt met deel 2 in een warm bad.

Dit is het verhaal van twee vrouwen die zoeken naar wie ze zijn: de AI Sidra en de kloon Jane 23. De een is een machine in een menselijke vorm en de ander een mens die wordt ingezet als machine. Het boek gaat in op de rechten, wensen en on-/mogelijkheden van AI’s en andere rassen dan menselijke. De verschillende biologische rassen lijken verschillende types mensen te symboliseren maar Chambers loopt daar niet mee te koop.

Dit is echte feel-good scifi: geweld en conflict worden tot het absolute minimum beperkt en de nadruk ligt op samenwerking, begrip, acceptatie en vriendschap. In dat opzicht lijkt het sterk op de Gentle Giants-serie, door James P. Hogan, hoewel Hogan een heel andere aanvliegroute had: hij probeerde aan te tonen dat je geen conflicterende karakters nodig had voor goeie drama terwijl Chambers de nadruk legt op acceptatie en inclusie van verschillen. Ik kan alletwee waarderen: in beide gevallen gaat het vooral om filosofie en (exo)sociologie en minder om actie. Als ik actie wil lezen dan pak ik wel een boek van Ian Fleming. Persoonlijk hou ik van een sterk theoretische beschouwing, verpakt in fictie.

Chambers’ schrijfstijl is overigens dik in orde. Een pakkend verhaal dat blijft boeien; verhaallijnen die uiteindelijk bij elkaar komen; dynamische karakters.

Wat mij betreft prima scifi, een toevoeging aan het genre en ik hoop snel meer te lezen van Becky Chambers!

Advies: lezen als je houdt van vriendelijke lectuur over AI.

Revenger, door Alastair Reynolds

Reynolds staat bij mij te boek als een zeer vakkundig schrijver, een ambachtsman. Zijn boeken zitten technisch heel goed in elkaar: de spanningsboog houdt je geïnteresseerd; de karakters waar je op let zijn dynamisch en zelfs de bijrollen zijn vaak meer dan achtergrond alleen; de scifi-‘attributen’ zijn orde (het neigt niet naar fantasy); enz. Ook zijn verhalen snijden vaak hout en zijn niet zomaar verhalen om het scifi-decor een reden te geven.

Ook Revenger zit goed in elkaar maar ik mis de grote ideeën. Het verhaal speelt in de verre, verre toekomst: de ‘dertiende beschaving’. De mensheid is verdeeld over vijftig miljoen natuurlijke en kunstmatige werelden en satellieten en moddert rustig voort.

Adrana Ness woont met haar vader en zusje Arafura op een planeet waar de economie nogal ingesukkeld is en om haar vader financieel te helpen, maar vooral om het avontuur, monstert ze met haar zus aan op het schip van kapitein Rackmore. Net als vele anderen verdient Rackmore zijn geld door afgesloten werelden van voorgaande beschavingen af te zoeken naar schatten.

Het geheel heeft een nautisch thema. Er wordt gesproken in een soort piratentaaltje, geschoten met harpoenen en de schepen hebben de vorm van vissen. De schepen hebben ramjetaandrijving: zonnezeilen.

Allemaal leuk en aardig, Reynolds, maar dit is een zeeroversverhaal en een boek voor jongvolwassenen. Weliswaar heel goed uitgevoerd, spannend en ook voor de scifi-liefhebber echt een aanrader maar het verhaal drijft (haha) op het zeebonkengevoel. Het is daarmee een curiositeit, en een schrijver als Alastair Reynolds kan zich dat veroorloven omdat hij de kunst beheerst.

Advies: “lezen, tenzij”.

The thing itself, door Adam Roberts

thethingitselfWe leven in interessante tijden: de technologie schrijdt voort en het kan niet lang meer duren voordat we echte kunstmatige intelligentie hebben. Deze en andere ontwikkelingen maken het mogelijk om oude filosofische ideeën te bevestigen of juist ontkrachten. Immanuel Kant stelde dat mensen de werkelijkheid uitsluitend kunnen waarnemen via hun zintuigen en nooit direct. Wat wij kunnen waarnemen is daarom een product van onze waarneming en nooit de werkelijkheid zélf (“das Ding an sich”). Tot nog toe hebben we uitsluitend ons menselijk bewustzijn om de werkelijkheid te ervaren…

The thing itself is een bijzonder boeiend boek omdat het een spannend verhaal koppelt aan ideeën die weliswaar bizar zijn maar toch schreeuwen om antwoorden die misschien binnenkort gegeven kunnen worden. De personages komen redelijk tot leven maar zitten het verhaal niet in de weg – het boek blijft in de eerste plaats science fiction. Het hoofdverhaal wordt hier en daar onderbroken door verhalen uit andere perioden en het geheel wordt netjes afgerond.

De hoofdpersoon is een aan lager wal rakende, aftakelende astrofysicus. Je krijgt een flink deel van zijn levensverhaal mee en ook dat hoort bij het geheel.

Verplichte kost voor iedereen die houdt van filosofie, scifi en niet al te vlakke karakters. Een goed gebalanceerd verhaal.