Dark Intelligence, door Neal Asher

Neal Asher is een goeie science-fictionschrijver. Zijn bladzijdes staan boordevol sf-ideeën die voor de doorgewinterde sf-liefhebber gesneden koek zijn en die hij daarom verder niet uitlegt. Helemaal niet erg want van die uitleg word je soms ook beetje moe.

Dark intelligence speelt in zijn Polity-universe. Om het stand-alone leesbaar te houden, licht hij daar wel het een en ander over toe. Niet tot vervelens toe maar wel genoeg om het verhaal goed te kunnen volgen, en dat lukt ‘m aardig.

Het verhaal zit stampvol actie en leest als een snelle actiefilm, ook door de wisselende perspectieven.

Dit alles zorgt voor een prima boek… Als ook het verhaal in orde was geweest. Begrijp me niet verkeerd: het verhaal is niet slecht. Het is spannend en intelligent maar niet te ingewikkeld. Mijn bezwaar is dat het een dertien-in-een-dozijnverhaal is. Soldaat zoekt wraak. Ja, de uitwerking is fantastisch en de stijl zalig. Maar het verhaal is te eendimensionaal.

Advies: lezen als je van harde scifi houdt en eens een kijkje in de Polity wil nemen.

Lightless, door C.A. Higgings

Het ruimteschip Ananke heeft de opdracht om een geheime technologie te testen voor de politiestaat genaamd System. Twee insluipers worden betrapt als ze proberen de computer te saboteren. Gaandeweg leren we de insluipers, de bemanning en de kunstmatige intelligentie die het schip bestuurt beter kennen en hun motieven begrijpen.

Verschillende verhaallijnen komen in het boek bij elkaar en lijken elkaar soms bijna te beïnvloeden. Er is enige symboliek, soms wat zwarte humor, wat actie maar het verhaal drijft vooral op de spanning en de mogelijke uitkomsten.

Persoonlijk vind ik het sterk en pakkend geschreven, zeker voor een debuutroman. Het is geen space opera gevuld met snelle actie. (Niet dat dat moet, maar als je daarnaar op zoek bent dan is Lightless niet het antwoord.) De karakters en de achtergrond van de maatschappij worden stukje bij beetje verder uitgediept en zetten de lezer aan zelf te beslissen wat goed of slecht is.

Vanwege de kunstmatige intelligentie en de beperkte setting enigszins vergelijkbaar met 2001: A space odyssey maar de focus ligt niet hier niet alleen op de computer; minstens zo belangrijk is verhaal in het verhaal, over System en de mensen die erin opgegroeid zijn.

Interessante maar niet al te geloofwaardige ontwikkeling van de AI maar dat mag de pret niet drukken. Ik vond Lightless een zeer goed boek en een verrijking voor het genre omdat de nadruk niet op de scifi ligt, terwijl deze wel een voorwaarde is – hoewel dat misschien pas in de volgende twee delen van de trilogie tot uitdrukking komt.

Advies: lezen als je van thrillers houdt en niet per se op zoek bent naar space opera.

Use of weapons (Culture 3), door Iain M. Banks

Deel drie van de Culture-serie. We krijgen weer een inkijkje in de maatschappij zoals Banks die voor zich ziet: alles kan, alles mag en alles is goed en wat niet goed is, dat zien we liever niet maar laten we opknappen door figuren zoals Cheradenine Zakalwe.

Use of weapons is een boek waar je je aandacht bij moet houden: er lopen twee verhaallijnen door elkaar heen en de ene loopt van achter naar voor dus het kan verwarrend zijn als je even niet oplet.

Fraaie beschrijvingen van Banks’ visie op de toekomst, zwarte humor en de voor Banks’ kenmerkende lugubere ideeën over de combinatie van vergevorde biotechnologie, zoals een ‘injured party’, waarbij alle gasten een tijdelijke verminking hebben, zoals ogen die uit hun kassen hangen of ontbrekende ledematen. Of een strafsysteem waarbij de gestrafte een ziekte krijgt toegewezen van een ernst die afhankelijk is van de ernst van de misdaad.

Advies: prima boek voor op vakantie en/of als je andere boeken van de Culture-serie ook leuk vond.

A closed and common orbit (Wayfarers 2), door Becky Chambers

Deel 2 van de Wayfarers-serie maar heel goed los te lezen van deel 1. Wie deel 1 (The long way to a small and angry planet) fijn vond om te lezen, komt met deel 2 in een warm bad.

Dit is het verhaal van twee vrouwen die zoeken naar wie ze zijn: de AI Sidra en de kloon Jane 23. De een is een machine in een menselijke vorm en de ander een mens die wordt ingezet als machine. Het boek gaat in op de rechten, wensen en on-/mogelijkheden van AI’s en andere rassen dan menselijke. De verschillende biologische rassen lijken verschillende types mensen te symboliseren maar Chambers loopt daar niet mee te koop.

Dit is echte feel-good scifi: geweld en conflict worden tot het absolute minimum beperkt en de nadruk ligt op samenwerking, begrip, acceptatie en vriendschap. In dat opzicht lijkt het sterk op de Gentle Giants-serie, door James P. Hogan, hoewel Hogan een heel andere aanvliegroute had: hij probeerde aan te tonen dat je geen conflicterende karakters nodig had voor goeie drama terwijl Chambers de nadruk legt op acceptatie en inclusie van verschillen. Ik kan alletwee waarderen: in beide gevallen gaat het vooral om filosofie en (exo)sociologie en minder om actie. Als ik actie wil lezen dan pak ik wel een boek van Ian Fleming. Persoonlijk hou ik van een sterk theoretische beschouwing, verpakt in fictie.

Chambers’ schrijfstijl is overigens dik in orde. Een pakkend verhaal dat blijft boeien; verhaallijnen die uiteindelijk bij elkaar komen; dynamische karakters.

Wat mij betreft prima scifi, een toevoeging aan het genre en ik hoop snel meer te lezen van Becky Chambers!

Advies: lezen als je houdt van vriendelijke lectuur over AI.

Beautiful Intelligence, door Stephen Palmer

beautifulintelligenceBeautiful Intelligence speelt in een dystopische toekomst, ongeveer een eeuw na vandaag. De grote multinational van de Japanner Aritomo Ichikawa heeft de nexus, de opvolger van het internet gemaakt. De nexus werkt met augmented reality en weet altijd waar al zijn gebruikers zijn.

Ichikawa werkt ook aan de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie. Het echtpaar Leonora en Manfred Klee werkten voor hem maar zijn hem ontvlucht. Ze zijn apart van elkaar ondergedoken en werken in twee teams, elk met hun eigen aanpak van AI. Ichikawa is hier niet van gecharmeerd en probeert de twee terug te halen, met hun creaties erbij.

Omdat het geschreven is vanuit een camerastandpunt krijg je de gedachten van de karakters niet te horen. De schrijver registreert. De karakters worden daardoor voornamelijk door hun acties gevormd. Daarbij wordt er weinig achtergrondinformatie over de situatie van de wereld gegeven en begint het verhaal zo’n beetje in het midden. Je krijgt daardoor bij het lezen sterk het gevoel dat je naar een actiefilm zit te kijken.

Beautiful Intelligence zit stampvol actie en is doorspekt met beschouwingen over kunstmatige intelligentie. Het doet soms een beetje cyberpunkerig aan maar niet overdreven.

Geen wereldschokkende ideeën in dit boek maar fijn om te lezen: het tempo blijft erin en er is voldoende afwisseling tussen tech, filosofie en actie.